Praktische benadering van Shamkya Filosofie

18 mei 2015 Praktische benadering Samkhya Shastra Workshop door Klaas Stuive MCM, voorzitter SYN op 18 mei 2014. Essentiële vragen over de klassieke Yoga die om een praktisch antwoord vragen?

1.Wie is de grondlegger van Samkhya Filosofie?

Kapila wordt als grondlegger van Samkhya gezien. Het is puur filosofisch en het vult de Rig Veda vanuit logica gedetailleerd in. Samkhya betekent ‘opgeteld’. Het is een systematisch optelling van het proces van kosmische evolutie. Het ‘tellen’ refereert aan de 25 Tattvas (eigenschappen)( ) van waaruit de evolutie is ontsproten op basis van de eeuwige dualiteit van: Pursuha en Prakritti, voortgekomen uit het ‘Niets’ (Brahman) . Het toont aan dat alles wat in de fenomenale of duale wereld geschapen is vanuit twee eeuwige, absolute, universele werkelijkheden: Prakritti en Purusha. Zijn stroming bepleit dat door realisatie van kennis van de evolutie en involutie men tot bevrijding kunt komen. Je kunt de Samkhya zien als de theoretische kant (Jnana Yoga) en de Yoga Sutra’s, gecodificeerd door Patanjali (Raja Yoga), samen met de Hatha Yoga Pradipika van Svatmarama als de praktische uitvoering van deze filosofie. Ze zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden, als kop en munt van dezelfde muntstuk. Een verbinding die minder vaak wordt gelegd, maar er wel degelijk is, is het Boeddhisme. We kunnen veel elementen van deze stroming terugvinden in de Raja Yoga. Ik kom daar later op terug.

De Samkhya filosofie wijkt af van een andere belangrijke stroming, namelijk de Vedanta (met als belangrijkste vertegenwoordiger Rishi Vyasa) welke visie non-duaal is. Dat wil zeggen: er is enkel Brahman, zonder een tweede. Het is niet duidelijk of Kapila wel echt op aarde heeft geleefd. Wel wordt een hele geestelijke goeroelijn aangegeven, welke begint bij de heer Siva en zijn vrouw Parvati. Eén van de oudst bekende schriftelijke bronnen (2/3 eeuw) van deze filosofie is de Samkhya Karika van Isvarakrisna, waarop vele commentaren zijn geschreven. Verder de Tattva Samasa uit de 14de eeuw, alsmede de Samkhya Sutra’s uit de 9de eeuw. De Samkhya gaat er vanuit dat je door middel van kennis-realisatie van ontstaan van het heelal en de mens tot bevrijding kunt komen!

2. Benadering van Samkhya

Hoe moeten we Samkhya benaderen vanuit kennis, wetende dat onze geest beperkt is? Eén ding is zeker, onze kennis is beperkt door werking van onze geest (hersens). We hebben ‘licht’ nodig om te kunnen zien of waarnemen, want in het ‘donker’ zie we niets. Onze hersens nemen ook niet alles waar van een uiterlijk object, dus vullen we het in met onze verbeelding. Wat we ervaren wordt opgeslagen in ons geheugen met alle emoties of indrukken die er bij horen. Wat we niet weten zien we niet! Met andere woorden, we filteren en ieder menselijke filter is anders. Alleen door onze geest of bewustzijn te verheffen boven deze begrenzing kunnen we het ‘absolute domein van kennis’ bereiken.

Afhankelijk van ons vermogen, kunnen we kennis opdoen over de: fysieke tastbare wereld, subtiele vormloze wereld, oorzakelijke wereld, etc. Dat geldt ook voor ons lichaam, want er is een belangrijk adagium dat zegt: ‘Zo macro (heelal en werelden), zo micro (mens).’ Hoe meer we onze geest en lichaam tot rust brengen, hoe meer we geestelijk toegang krijgen tot die absolute kennis, deze bron en die kennis kunnen realiseren, volgens deze filosofie. Dat betekent dat we onze energiehuishouding (lichaam en geest zijn één) in Satva moeten hebben gebracht, want in Rajas en Satva zijn er gedachten en deze zijn altijd gericht op ‘verleden of toekomst’, maar nooit op het heden, op ‘het NU’. Deze Satvische, geestelijke staat bereiken we enkel door de laatste drie stappen van het Yogastelsel van Patanjali te beoefenen. Samen worden ze Samyama, beheersing van bewustzijn, genoemd. Dat betekent: ons ‘bewustzijn’ zodanig kunnen verruimen dat onze ego daar geen begrenzingen in aanbrengt.

Een belangrijke benadering in de Samkhya is ook dat we moeten beseffen dat de ‘kosmische mens’ en de ‘gemanifesteerde wereld’ al in een ‘blauwdruk’ in de kosmos bestonden, alvorens deze subtiele fenomenen in fysieke vorm tevoorschijn komen. De geest en het idee van manifestatie was er dus eerder dan de uiterlijke wereld en ons menselijk lichaam. Door nu het scheppingsproces te volgen van boven naar beneden en van beneden naar boven komen we vanuit de eeuwigheid naar de tijdelijkheid en van de tijdelijkheid weer terug in de eeuwigheid! In de Chandogya Upanishad stelde een leerling een vraag aan zijn leraar hoe hij alles over het leven te weten zou kunnen komen?

Het antwoord luidde dat er verschillende soorten ‘aarden potten’ zijn in uiterlijke vorm, maar dat die potten allemaal bestaan uit ‘aarde’ en dat als je weet wat de ‘bron van aarde’ is, je de kern van hun oorsprong weet. Dit is precies van Samkhya beoogt: via redenatie van ‘oorzaak en gevolg’ uiteindelijk komen tot de oerbron van manifestatie. Deze eeuwige oerbron is Prakritti of Pradhana, welke in Purusha (eeuwige ruimte) zich via Tattvas tot de wereld van manifestatie uitrolt, maar ook weer laat terugkomen (evolutie en involutie).

3. Benadering van Tattvas

Hoe kunnen we die Tattvas benaderen, waarbij we hebben vastgesteld dat Purusha en Prakriti een eeuwig bestaan hebben en dat alles is geschapen vanuit Prakritti en daarin uiteindelijk ook weer zullen terugkeren? Tattvas kunnen we het beste vertalen als de ‘subtiele eigenschappen’ achter de ‘wereld van verschijnselen’. Dit woord kan het meest makkelijk worden uitgelegd aan de hand van het volgende verhaal. Op de vraag wat Tattvas precies zijn, zei de meester: ‘Kijk eens naar je studieboek en wat zie je?’ De leerling antwoordde: ‘Ik zie een bladzijde van een boek meester.’ ‘Houd dat boek eens wat dichter bij en wat zie je?’ De leerling antwoordde: ‘ik zie regels met woorden meester.’ ‘Houd dat boek nu eens helemaal voor je ogen, wat zie je dan?’ ‘Ik zie helemaal niets meer, meester.’ De meester antwoordde toen: ‘De eigenschap van ‘het kunnen zien’ door je ogen, is de eigenschap die we Tattva noemen. Zo zijn er 25 of 108 van deze ‘goddelijke eigenschappen’ geschapen, die inherent in Prakritti aanwezig zijn en in manifestatie tot uitdrukking komen. Daarbij moeten we beseffen dat in feite alles ‘energie’ is van fijn geestelijke, naar het grofstoffelijke, tastbare en uiterlijke vormen.’ Over het ontstaan van het heelal en de mens hoeven we niet enkel te kijken naar de Vedas, Upanishads, Samhithas e.d. We kunnen (hoewel versluierd) deze scheppingsprincipes ook lezen in de Bijbel. In het Oude Testament staat dat we ‘uit stof zijn gemaakt en tot stof zullen wederkeren’. Eerst was er de ‘geest’, daarna zweefde de geest over de ‘wateren’ en ontstond er scheiding tussen ‘licht en duisternis’. Vervolgens werd de wereld en de mens (Adam en Eva) geschapen, zoals we kunnen lezen in Genesis. Echter achter alles staat Purusha als de eeuwige, onbegrensde, probleemloze, gedachteloze nooit betrokken Getuige; in de Bijbel ‘God’ genoemd. Purusha schept zelf niet, wel Prakritti. Prakritti is dus de oerbron (Pradhana of Mahat Prana) van de gehele gemanifesteerde wereld, maar ook van de ‘stoffelijke mens’. Samkhya zegt nu dat in contact met Prakritti, in welke fenomenale vorm dan ook, Purusha (of God) beperkt/begrensd wordt door de mogelijkheden welke de vorm (of de mens) biedt. Alle Tattvas zijn goddelijke eigenschappen, welke eigenschap tot uiting komt in steeds grofstoffelijke vormen. Zo kunnen we geestelijke, subtiele en grofstoffelijke eigenschappen waarnemen.

4. Wat zijn de geestelijke eigenschappen (Tattvas)?

Antwoord: Buddhi of Mahat, Ahamkara, Chitta, ook samen Antakarana genoemd. Deze drie (sommige zeggen vier) zijn de geestelijke eigenschappen (Tattvas) in wat wij ‘geest’ noemen. Deze (maar ook alle andere 25/108) eigenschappen inherent in Prakritti zijn tot werkzaamheid gekomen door de ‘Wet van Beweging of Verandering’ (Trigunas). Deze Wet legt de basis van tijd, ruimte, omstandigheid én ervaring. Hoe werkt dit proces in mijn beleving? Het ego heeft een beeld, trekt energie naar zich toe, er vindt een analyse door intelligentie plaats, welke analyse door het ego in de geheugenbank wordt vastgelegd. Met andere woorden: de energie is in dit geestelijk proces altijd in beweging. Maar deze ‘geest’ zelf is ‘niets’ als er geen contact of relatie is tussen buitenwereld en innerlijke wereld. Daarom hebben we de subtiele eigenschappen nodig.

5. Wat zijn die subtiele eigenschappen?

Antwoord: Manas, Indriyas, Tanmatras, Bhutas. Deze fenomenen leggen het contact tussen de buitenwereld en binnenwereld. Hoe werkt dit? Via de ‘geest’ (Antakarana) wordt contact gelegd met het lagere verstand (Manas). Deze verbindt zich met de zintuigelijke organen (Jnanendriyas): oren, huid, ogen, tong en neus. Deze kunnen waarnemen door de eigenschappen van de subtiele elementen (Tanmatras): horen, voelen, zien, proeven, ruiken. Op deze wijze leggen ze contacten met de uiterlijke objecten, gevormd door grofstoffelijke elementen (Bhutas): ether, lucht, vuur, water en aarde. De ervaringen uit dit contact worden weer teruggeven aan het lagere verstand (Manas) die het aanbiedt aan de ‘geest’ (Antakarana) en ons laat handelen via de organen van handeling (Karmendriyas): grijpen, lopen, uitscheiden, voortplanten. Echter deze subtiele eigenschappen kunnen niets ondernemen als er geen sprake is van grofstoffelijke eigenschappen of tastbare vormen (of voertuigen).

6. Wat zijn dan die grofstoffelijke eigenschappen?

Antwoord: Koshas of Sariras. Apart, maar deze vraag beantwoordt Samkhya niet. We moeten die vraag beantwoorden door andere schriftelijke bronnen te raadplegen, zoals: de Wetenschap van de Ziel van Sarasvati. Dan komen we terecht bij de volgende te onderscheiden lichamen: zaligheidslichaam, kennislichaam, verstandelijk lichaam, energie lichaam en voedsel lichaam. Hierin inbegrepen: de energiecentra en energiegebieden. Op deze wijze kunnen we leven, bewegen en ons bestaan hebben in deze wereld als mens.

7. Hoe komen we dan tot juiste kennis en wat zijn onze grootste struikelblokken?

Antwoord: Contemplatie, gevolgtrekking, getuigenis en realisatie van de Klesas. We komen hier op meer bekend terrein als we studie hebben gemaakt van de Yoga-Sutras van Patanjali en we ook iets afweten van het Boeddhisme. De ‘geest’ is in ‘Yogavastha’ als onze energie in ons lichaam in harmonie (Satva) is gebracht. Dan ervaren we onze Ware Aard (Svarupa). We moeten ervaringen blijven opdoen (‘het leven is ellende en alle genot is maar tijdelijk’), zolang we denken dat de uiterlijke wereld alles is. Er is gebrek aan onderscheidingsvermogen, omdat we onwetend zijn over onze Ware Aard, dat Purusha is. De oorzaak daarvan zijn de Klesas: ego, aantrekking, afstoting en angst voor de dood. Echter de basis van alle ‘ellende’ is: begeerte, gehechtheid. We kunnen ons daaruit bevrijden door kennis op te doen via het achtvoudig pad van Raja Yoga: Ethiek, moraal, houdingen, energie (adem-)beheersing, verinnerlijken van de zintuigen, concentratie, meditatie en contemplatie. Dit is de praktische benadering van Samkhya, via Yoga steeds weer evolueren en involueren! Yoga is leren sterven!

8. Wat is de rol van (Hatha) Yoga?

Antwoord: voorbereidende oefeningen naar Raja Yoga. Technieken om kennis op te doen door te ervaren wie we zijn en door te leren ons te onthechten. We sluiten af met een belangrijke oefening die (hopelijk) de kennis van deze wetenschap van Samkhya gevoelsmatige betekenis geeft.

  • Juiste, comfortabele zithouding
  • Ontspanning lichaam en geest
  • Verdiepte ademhaling 
  • Verlenging van ademhaling 
  • Subtiele Sambhavi Mudra 
  • Concentratie op puntje van de neus 
  • Ontspannen ogen, voorhoofd, hersens 
  • Concentratie op kruin 
  • Mantra SOHAM ( ): Ik Ben!